INITIATIEFVOORSTEL BOOMVERORDENING EN DÉ BOOMVERORDENING

 

   


 | 16-08-2005 |

 

INITIATIEFVOORSTEL

tot invoering van een kapvergunningstelsel voor monumentale houtopstanden

 

Inleiding
In de raadsvergadering van 15 december 2004 heeft de raad besloten tot intrekking van de Boomverordening 2001. De boomverordening 2001 had o.a. tot doel om de handhaving van het groene karakter van de woonomgeving te beheersen c.q. te waarborgen, alsmede monumentale bomen en houtopstanden te beschermen en te handhaven.

De intrekking van de boomverordening 2001 had als oogmerk te komen tot een deregulering en het geven van meer vrijheden aan de burger bij het onderhouden en inrichten van zijn of haar woonomgeving. Hierbij was het uitgangspunt dat aan de eventuele kap van bomen, in gemeentelijk eigendom, steeds een zorgvuldige belangenafweging vooraf zou gaan.

De doelstelling van onderhavig initiatiefvoorstel is, met behoud van de dereguleringsintenties, te komen tot een graad van bescherming van monumentale en bijzondere bomen, die recht doet aan behoud van bijzondere natuurwaarden en het monumentale karakter van natuur in relatie met het stedelijk monumentaal karakter van onze bebouwde omgeving.

Feitelijk betekent dit een globale herinvoering van artikel 14 van de boomverordening 2001:

“Het opstellen/bijhouden van een lijst met monumentale bomen/houtopstanden”.

Uitvoering
Deze lijst moet in ieder geval bevatten de bomen opgenomen op de lijst van monumentale en waardevolle bomen van de bomenstichting, te weten:

  • Fraxinus exc. Pendula (treures) nabij de Martinuskerk, Dorpsstraat, Halsteren,
  • Platanus x acerifolia (gewone plataan) aan de Zuivelstraat, Bergen op Zoom,
  • Platanus x acerifolia (gewone plataan) op het Thaliaplein, Bergen op Zoom,
  • Tilia europaea (Hollandse linde) aan de Balsedreef/Klaverveldenweg, Bergen op Zoom.

Verder zou de lijst aangevuld kunnen worden met aanmeldingen door belanghebbende burgers en organisaties, waarbij de boom of houtopstand aan één of meerdere van de onderstaande criteria of specifieke kenmerken zouden moeten voldoen:

  • Door leeftijd of verschijning beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving,
  • dendrologisch van grote waarde, vanwege soort en variëteit in combinatie met leeftijd en zeldzaamheid,
  • milieukundig of ecologisch van grote waarde vanwege het belang van het (plaatselijke) ecosysteem, bijvoorbeeld omdat de boom plaats biedt aan zeldzame dier- of plantensoorten. Denk hierbij aan (onder)soorten vleermuizen,
  • wettenschappelijk van grote waarde, doordat het een bijzonder zuivere vertegenwoordiger van één soort betreft (genenreservoir),
  • cultuurhistorisch waardevol, bijvoorbeeld Herdenkingsboom, Koninginneboom, Markeringsboom, kruis/Kapelboom, Snoeikunstboom of bijzondere groeivorm,
  • mythologische betekenis (Kroezeboom),
  • geadopteerde boom,
  • bijzonder (oud) fruitras, bijvoorbeeld sterappel.

Het aanmelden door belanghebbende burgers c.q. organisaties vergroot de betrokkenheid van de burgerij bij de instandhouding van natuurlijke monumenten waardoor de waardering voor de natuur in en om de bebouwde omgeving toe zal nemen.

Feitelijk zal een dergelijke lijst, gezien de ervaringen elders en de te hanteren criteria in onze gemeente, maximaal enkele honderden bomen tellen. Dit levert nauwelijks een beperking op van de vrijheid die het afschaffen van de boomverordening 2001 onze burgers biedt, terwijl het invoeren van de nieuwe bijgevoegde (concept) verordening slechts datgene beschermt dat op basis van aanwezige kwaliteiten en waarden bescherming verdient.

Het verdient aanbeveling om middels beleidsregels een objectief systeem te hanteren bij de beoordeling van een kapvergunningsaanvraag. Om geen onnodig werk te doen zou het boomwaarderingssysteem van de gemeente Boxmeer overgenomen kunnen worden.

Financiën
Het intrekken van de boomverordening december 2004 beoogde een bezuiniging van ca.

€ 17.000,– (voornamelijk formatie). Herinvoering van een (zeer beperkte) boomverordening betekent een initiële/incidentele inzet van menskracht voor het opstellen van een lijst van de monumentale houtopstanden. Het bijhouden zal een zeer beperkte inzet van menskracht vergen. Het beoordelen van aanvragen om een kapvergunning zal ook beperkt zijn.

De verwachting is dat, uitgaande van een lijst met circa 200 houtopstanden, het aantal jaarlijkse aanvragen voor een kapvergunning beperkt zal zijn tot maximaal 6, waarvan de kosten middels leges verhaald kunnen worden.

De Raad van de Gemeente Bergen op Zoom

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de “Boomverordening Bergen op Zoom 2005″ en de toelichting daarop overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlagen”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

 

* * * * * * * * * * *

 

BOOMVERORDENING BERGEN OP ZOOM 2005

 

Artikel 1
Begripsomschrijving

  1. Boom:
    een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm. op een hoogte van 1,3m. boven het maaiveld.
  1. Houtopstand:
    één of meer bomen.
  1. Vellen:
    kappen, afzagen, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, waarvan men weet of behoort te weten dat dit de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben dan wel de natuurlijke vorm van de houtopstand kunnen aantasten.
  1. Boomwaarde:
    de financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

 

Artikel 2
Lijst van monumentale houtopstanden

  1. Het college van burgemeester en wethouders houdt een lijst bij van monumentale houtopstanden, waarvoor in geval van vellen een kapvergunning is vereist.
  2. De lijst van monumentale houtopstanden omvat in ieder geval een, voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand.

 

Artikel 3
Opname op lijst van monumentale houtopstanden
 

  1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een houtopstand plaatsen op de in artikel 2 lid 1 bedoelde lijst.
  2. Op de totstandkoming van een besluit als bedoeld in lid 1 is afdeling 3:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders in elk geval advies inwinnen bij een of meerdere instellingen die bescherming van bomen en houtopstanden tot hun statutaire doelstelling hebben.
  3. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van de houtopstand de kennisgeving van het voornemen tot plaatsing op de in lid 1 bedoelde lijst ontvangt tot het moment dat opname op die lijst plaatsvindt c.q. vaststaat dat de houtopstand niet op die lijst wordt geplaatst, is artikel 3 lid 2 van deze verordening van toepassing

 

Artikel 4
Kapverbod

  1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen die voorkomt op de in artikel 2 lid 1 vermelde lijst.
  2. Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 5
Aanvraag vergunning

De vergunning moet schriftelijk en onder bijvoeging van een situatieschets worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene(n) die krachtens zakelijk recht of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

 

Artikel 6
Zakelijk karakter vergunning

  1. De vergunning geldt voor zowel de aanvrager als voor zijn rechtsverkrijgende.
  2. De rechtsverkrijgende is verplicht van de rechtsovergang binnen twee weken schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.

 

Artikel 7
Weigeringsgronden

De vergunning kán worden geweigerd op grond van:

  1. de natuurwaarde van de houtopstand;
  2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;
  3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
  4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
  5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
  6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

 

Artikel 8
Standaardvoorwaarde van niet gebruik

  1. Een vergunning die op grond van deze verordening is verleend wordt pas van kracht met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt.
  2. Indien gedurende de bezwaar termijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan wordt de vergunning niet van kracht voordat op dat verzoek is beslist.
  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders in daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende gevallen bepalen, dat de vergunning onmiddellijk van kracht wordt.

 

Artikel 9
Vervaltermijn vergunning

De vergunning als bedoeld in het vorige artikel vervalt, indien daarvan niet binnen de in de vergunning aan te geven termijn van maximaal één jaar ten aanzien van de gehele houtopstand waarvoor een vergunning is aangevraagd gebruik is gemaakt.

 

Artikel 10
Bijzondere vergunningvoorschriften

  1. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden verplant,
  2. tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna,
  3. burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunning niet ten uitvoer mag worden gelegd tot een in de toekomst gelegen nauwkeurig omschreven moment.

 

Artikel 11
Ziekte, aantasting, gevaar

Indien burgemeester en wethouders van mening zijn dat een op de in artikel 2 lid 1 bedoeld lijst opgenomen houtopstand ziek of aangetast is, dan wel naar hun oordeel gevaar oplevert of kan opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om de betreffende houtopstand te vellen of op een nadere door het college van burgemeester en wethouders te bepalen wijze te behandelen binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven aanwijzingen.

 

Artikel 12
Verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning

    1. Burgemeester en wethouders stemmen de procedures betreffende kapvergunning, uitwegvergunning en bouw- of aanlegvergunning in het ontwerpstadium op elkaar af,
    2. de kapvergunningen, uitwegvergunningen en bouw- en aanlegvergunningen worden zoveel mogelijk per project gelijktijdig behandeld,
    3. een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat sloop-, bouw- en/of aanlegplannen dan wel de plannen tot de aanleg van uitweg nog niet definitief zijn,
    4. een kapvergunning kan worden geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van die bouw- of aanlegvergunning niet, niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid heeft vermeld van de houtopstand aan burgemeester en wethouders.

 

Artikel 13
Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk verplichtingen worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

  

Artikel 14
Toezicht op naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen.

 

Artikel 15
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2005.

 

Artikel 16
Aanhalingstitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Boomverordening Bergen op Zoom 2005”.


   

 

BOMENKAP VERDUINSBOS

 

   


 | LK/5008 | 22-05-2005 |

 

College van Burgemeester en Wethouders

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

 

Geacht College,

De laatste tijd bereikt de D66/BSD fractie veel bemerkingen/klachten over het kappen van bomen die vaak een beeldbepalend karakter hadden.

Vandaag heeft ondergetekende, na een verontrustend telefoontje uit het Verduinsbos te Halsteren moeten constateren dat sommige burgers het vervallen van de plicht tot kapvergunning wel heel vrij opvatten. Een fors aantal bomen, waaronder een robuuste berk met een doorsnede van circa 35 centimeter bleken nabij Verduinsbos 30 gekapt. Grotendeels bevonden die bomen zich buiten de perceelgrens van de verantwoordelijke. Bomen zijn gekapt tot op circa 8 meter, op vermoedelijk, gemeentelijk eigendom. Dit bevreemd zeer daar recent de gemeente die bomen grotendeels met de inzet van een hoogwerker nog heeft gesnoeid.

Het komt de D66/BSD fractie voor dat derden wederrechtelijk gemeentelijke eigendommen opzettelijk hebben beschadigd c.q. vernietigd c.q. verwijderd. Volgens omwonenden hebben de feiten zich op zaterdag 21 mei voorgedaan en heeft de politie op verzoek van omwonenden kennisgenomen van de gedragingen en de feiten.

Uit een brief van de verantwoordelijken (zie bijlage) aan de verontruste omwonenden, valt op te maken dat de verantwoordelijken van een ‘betreffende contact persoon van de gemeente de informatie hadden gekregen dat gezien het type bomen en de locatie er geen vergunning nodig was’.

Met name “de locatie” bevreemd ons zeer. Het voorgaande leidt voor de D66/BSD fractie tot de volgende artikel 37 vragen:

  • Was de gemeente op de hoogte van het geven van “toestemming” door een contact persoon voor het kappen/rooien, door derden, van bomen op gemeentelijk eigendom?
  • Heeft een bevoegd ambtenaar toestemming gegeven tot dit kappen/rooien van bomen op gemeentelijk eigendom?
  • Past het in het gemeentelijke beleid dat derden werkzaamheden als kappen/rooien van bomen op gemeentelijk eigendom uitvoeren?
  • Wat gebeurt er c.q. is er gebeurd met het hout van deze bomen?
  • Indien er op geen enkele wijze toestemming is gegeven voor deze grove inbreuk op de gemeentelijk eigendomsrechten wat zijn dan de gevolgen?
  • Is Uw college in deze dan bereid tot aangifte van opzettelijke beschadiging c.q. vernietiging van gemeentelijk eigendom c.q. van vervreemding van gemeentelijke eigendommen als hout?
  • Is Uw college bereid t.o.v. de verantwoordelijken een vordering tot volledig herstel in te stellen c.q. een schadeloos stelling te vorderen zodat tot aanplant gekomen kan worden van gelijkwaardige bomen alsmede tot herplant van de geruimde bossages c.q. onder begroeiing?

 

In afwachting van Uw boomvriendelijk antwoord,

hoogachtend,

L.H. van der Kallen.