‘ONZE’ WILDE BOMEN EN STRUIKEN

 

   


| 10-07-2021 |

 

Ik maak mij al jaren zorgen over het Nederlandse natuurlijk cultuurbezit in al zijn vormen. Zeker als het over bomen gaat. Met regelmaat vraag ik als raadslid (BSD) of waterschapbestuurder (Ons Water) of als initiatiefnemer van de Partij voor de Bomen aandacht voor onze bomen.

Voor het eerst (2005) nadrukkelijk via het initiatiefvoorstel tot invoering van een kapvergunningstelsel voor monumentale houtopstanden met onder andere een lijst van monumentale bomen zoals: een Fraxinus exc. Pendula (treures), twee Platanus x acerifolia (gewone plataan) en een Tilia europaea (Hollandse linde). Ik heb de afgelopen jaren in artikelen aandacht gevraagd voor verontrustende ontwikkelingen zoals de staat van de Europese bossen en het (dreigende) uitsterven van boomsoorten, en de achteruitgang van de vitaliteit van onze bomen en bossen zoals bij de Wodanseiken in Wolfheze.

Gelukkig ben ik in mijn zorgen niet alleen en zijn er deskundigen zoals ecoloog en cultuurhistoricus Bert Maes, die zich al jarenlang inzet voor behoud en aandacht van ons rijke natuurlijke cultuurbezit aan bomen en struiken behorende tot de wilde flora van ons land. Recent is van zijn hand de 720 pagina’s tellende Atlas van wilde bomen en struiken verschenen. Het boekwerk van Bert Maes is een inventarisatie maar ook een aanklacht tegen het beleid van de Nederlandse overheid inclusief Staatsbosbeheer en een roep om meer aandacht voor de (dreigende) teloorgang van dat steeds meer veronachtzaamde bezit aan wilde soorten bomen en struiken. Met name bij de aanplantwoede van bomen is het zaak om goed te weten of de aanplant qua soort, locatie en grondsoort passend is en de aanplant niet feitelijk een verwoesting betekent voor het ‘eigen’ genenbestand aan wilde bomen en struiken. Een rijk natuurlijk cultuurbestand dreigt verloren te gaan.

Het wordt tijd dat overheden en Staatsbosbeheer aandacht krijgen voor onze wilden bomen en struiken en dat ecologische opleidingen dit meegaan nemen in het curriculum.

 

Louis van der Kallen.

 


   

WODANSEIKEN

 

   


| 06-06-2021 |

 

De afgelopen weken zijn de minimaal 500 jaar oude woudkolossen, de Wodanseiken in Wolfheze in het nieuws. Hun vitaliteit is de afgelopen jaren achteruitgehold en een aantal is stervende. Niet van ouderdom, want ze kunnen in theorie wel 800 jaar worden, maar van een geleidelijke achteruitgang van hun biotoop. De Nederlandse landschappen, waarin de puur Nederlandse winter- en zomereiken al honderden jaren een prominente plaats innemen, verarmen door het afsterven van ‘onze’ eiken. In sommige bossen is de sterfte al meer dan 30 %. In 2013 is er onderzoek naar verricht en is er een rapportage verschenen “Eikensterfte: ernst, oorzaken en beheer” van de hand van Anne Oosterbaan.

In het algemeen wordt de overmaat aan stikstof en de verdroging als (hoofd-) oorzaak aangewezen. Zelf heb ik de gedachte dat er veel meer mogelijke oorzaken zijn aan te wijzen. Hoe is anders verklaarbaar dat in de periode 1970-1990 terwijl er sprake was van een veel hogere stikstofdepositie/belasting en er zelfs sprake was van zure regen er geen sprake was van eikensterfte van deze apocalyptische omvang. Nu komt men met surrogaat oplossingen als het strooien van steenmeel (calcium, magnesium en kalium weggespoeld door een verzuurde bodem) als vervanging van de ‘weggespoelde’ mineralen uit de verzuurde bodem. Ook worden bladetende insecten, zoals de kleine wintervlinder en rupsen genoemd als oorzaken.

Als ik al in het vroege voorjaar bruingele blaadjes zie aan de eens gezonde reuzen in ons landschap en de al jaren steeds meer doorzichtig wordende kruinen zie, ben ik geneigd ook naar andere oorzaken te wijzen. Er zijn meer aanwijzingen waarom de vitaliteit van onze bomen achteruitgaat!

De afgelopen twintig jaar wordt ons bomenbestand massaal aangetast door voor Nederland ‘nieuwe’ ziekten zoals de kastanjebloedingsgziekte, massaria, eikensterfte en de roetschorsziekte bij esdoorns. De essen zijn zelfs in een razend tempo aan het sterven door de essentaksterfte. Over minder dan tien jaar zullen we de essen in ons landschap en onze bossen totaal gaan missen. Ook ervaren we meer plagen zoals de processierupsen en een toename van barstafwijkingen zoals bastknobbels, baststrepen en bastscheuren.

  • Het Australische “Mount Nardi bio-diversiteits-onderzoek” (.PDF) beschrijft over een periode van vijftien jaar de verwoestende impact van de komst van 3G- en 4G-zendmasten in een ongerept natuurgebied in het regenwoud van Oost-Australië.

Ik heb een technisch-fysische achtergrond. Ik hecht daardoor aan harde metingen. Die zijn te vinden in de rapportage van het onderzoek “the effect on tree of pulsed digitally modulated high frequency electromagnetic fields produced by em transmitters”. Hierin worden de bio-potentiaal metingen aan boomcellen in een kooi van Faraday beschreven, waarbij tot op de minuut nauwkeurig was vast te stellen wanneer een WiFi router werd aan- of uitgezet. Er was een zichtbaar effect op de waarde en aard van het te meten bio-potentiaal.

De vitaliteit van onze bossen en solitaire bomen gaat snel achteruit en daarmee ook de biodiversiteit en de kwaliteit van ons landschap en onze leefomgeving. Dat vraagt om een antwoord. Niet alleen van de Rijksoverheid (Staatsbosbeheer) maar ook van de lagere overheden zoals de provincies, de gemeenten en de waterschappen. De overheden kunnen samen met de particuliere boseigenaren veel meer dan ze doen. Bossen kunnen we ‘verloven’ (naaldbomen vervangen door loofbomen) en we kunnen andere soorten planten (zoals haagbeuken, gewone esdoorns, fladderiepen en populieren).

Het wordt tijd dat de ogen opengaan en men komt tot een ander beleid! Een beleid gericht op de kwaliteit van de groeiplaatsen, de keuze van het plantmateriaal en versterking van de biotoop. Er moet ook meer onderzoek komen naar ziekten en plagen en de ontwikkeling van preventie- en bestrijdingsmethoden alsmede meer onderzoek naar de effecten van waterbeheer, straling, bestrijdingsmiddelen, en luchtverontreiniging op de vitaliteit van bomen. En na het onderzoek moet men ook openstaan voor de uitkomsten, ook als deze een ongewenst economisch gevolg zouden kunnen hebben. De bedreigingen van de gezondheid van de mens, de bomen, de andere flora en de fauna kunnen dat vereisen. Of moet Wodan als leider van het dodenleger tijdens het Joelfeest (het Germaanse winterzonnewendefeest) zich manifesteren om zijn en mijn geliefde eiken te beschermen? Bescherm de bomen voordat zij en daarna wij tot het dodenleger toetreden!

 

Louis van der Kallen.

Wodan op jacht met zijn dodenleger: ‘wilde jacht’.

 


   

BOMEN EN ZORGPLICHT

 

   


| 30-04-2021 |

 

Op zaterdag 24 april 2021 stond er een artikel in de Volkskrant met de titel “Als een boom opeens afbreekt” en in het inleidende stukje werd de vraag gesteld “wordt de conditie van de bomen om ons heen wel goed bewaakt?”. De schrijver van dat artikel, Jean-Pierre Geelen, constateert met mij dat de afgelopen jaren ons bomenbestand massaal aangetast wordt door voor Nederland ‘nieuwe’ ziekten zoals de kastanjebloedingsziekte, massaria, iepenziekte, essentaksterfte, vruchtboomkanker, plakoksel, eikensterfte en de roetschorsziekte (bij esdoorns). Ook ervaren we meer plagen zoals de processierupsen. Is dat toeval? Of is er meer aan de hand?

Ik ben blij met het artikel omdat het een wake-up call is; terecht constateert Geelen dat er meer bomen lijken om te vallen dan voorheen. De schrijver wijt dat aan het klimaat met meer “grillige en onvoorspelbare weertypen zoals zomerstormen”. In gesprekken van mij met boomdeskundigen van gemeenten is er in hun ogen geen sprake is van een duidelijk aanwijsbare oorzaak van de verslechterende conditie van het Nederlandse bomenbestand. In de gesprekken en mailwisselingen werd wel een aantal mogelijke oorzaken genoemd onder andere veranderend waterbeheer, bestrijdingsmiddelen, kwaliteit groeiplaatsen, klimaatveranderingen, luchtverontreiniging en straling.

In 2019 is een rapport uitgekomen van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN), waarin gesteld wordt dat van de onderzochte 454 boomsoorten op Europese bodem er 42 procent met uitsterven worden bedreigd en van de 258 endemische soorten maar liefst 58 procent. Tot de bedreigde soorten behoren onder andere de paardenkastanje, de wilde lijsterbes en de Krimlijsterbes.

Eind 2020 is het rapport “State of Europ’s Forest 2020” van de CEPF (The Confederation of European Forest Owners) verschenen. Het is een rapportage waarvoor Probos (www.probos.nl) over de Nederlandse bossen informatie heeft aangeleverd. Het rapport bevat een aantal zeer verontrustende conclusies, onder andere:

  • Onze bossen lijden, onder meer door de droogte;
  • In 33 % van het totale Europese bosgebied domineert één boomsoort;
  • Dit leidt tot monotone bossen (veelal naaldbomen en coniferen);
  • Die monotone inrichting geeft ziekten (schimmelziekten) en plagen meer kans zoals bastkevertjes van 5 mm die de fijnsparbossen in Duitsland en Polen aan het verwoesten zijn;
  • Zelfs de machtige robuuste beuken en de Japanse lariks zijn het onderspit aan het delven.

Uit het Volkskrantartikel blijkt dat eigenaren van bomen een zorgplicht hebben en in een aantal gevallen aansprakelijk kunnen zijn voor eventuele schades door vallende takken of bomen. In het artikel wordt door Kees Flier van Tree-O-Logic de verwachting uitgesproken dat er de komende jaren een enorme uitval van bomen kan zijn.

Bij de zorgplicht voor bomen hoort, zo blijkt uit het artikel, ook een onderzoeksplicht naar de gezondheid van bomen. De Partij voor de Bomen onderschrijft de zorgplicht en onderzoeksplicht voor eigenaren van bomen, ook als dat de sanering van boombestanden kan betekenen. Maar dan is er ook de plicht te onderzoeken wat de oorzaak is van de verslechterende conditie van bomen!

 

Louis van der Kallen.